|
Een
klassieke manier om iemand ter ruste te leggen is begraven.
Een begraafplaats is een stuk particuliere grond, vaak beheert door
een stichting of een kerkbestuur, waar eigen wetten en regels gelden.
Realiseert u zich dat, wanneer u gebruik maakt van een graf op een
begraafplaats, u met deze regels geconfronteerd kunt worden.
De tarieven zijn erg uiteenlopend.
Het laatste afscheid op een begraafplaats kan plaatshebben in een
speciaal gebouwde ruimte, bij de Calvarieberg, in een chapelle of
bij het graf. Het is aan u te bepalen of de kist bij of òp
het graf geplaatst wordt; dat dáár het laatste afscheid
wordt genomen of dat men de kist in het graf laat dalen (zinken).
U kunt bij het sluiten van het graf aanwezig zijn.
U mag dit ook zelf doen.
Overleg
met uw uitvaartondernemer of met de beheerder van de begraafplaats
wat de mogelijkheden hiervan zijn.
Begraven
van een urn kan ook. Veel begraafplaatsen bieden de mogelijkheid
een urn te begraven of bij te zetten in een bestaand graf. U betaald
hiervoor dan wel de grafrechten die op de betreffende begraafplaats
gebruikelijk zijn voor een begrafenis of de bijzetting van een overledene.
De
vormgeving van een grafmonument kan ook bepaald worden door de regelgeving
die op de betreffende begraafplaats van kracht zijn. De meeste steenhouwerijen
weten welke regels er worden voorgeschreven.
bron: ANP
Grafsteen eigendom
van begraafplaats en niet van de nabestaanden.
Niet de nabestaanden, maar de begraafplaatsen zijn eigenaar van
de grafsteen op een graf. Dat betekent dat de begraafplaatsen aansprakelijk
zijn voor een eventuele schade. Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam
bepaald in een proefproces op initiatief van het aartsbisdom Utrecht.
Het aartsbisdom , nabestaanden en de r.-k.begraafplaats Sint Barbara
gaan tegen de uitspraak in cassatie. Zij vinden dat het indruist
tegen elk gevoel van rechtvaardigheid. Nabestaanden kiezen
met grote zorgvuldigheid een steen uit, maar na zijn plaatsing direct
het eigendomsrecht kwijt. Het hof baseerd zich op de zgn.
natrekkingsregel. Die bepaald dat de eigenaar van het
onroerend goed tevens eigenaar is van zaken die duurzaam met
de grond zijn verenigd, zoals planten en gebouwen.
|