|
Sacramenten
In de katholieke kerk spelen sacramenten een belangrijke rol. Sacramenten
zijn rituele tekenen waarin de gelovige de nabijheid van God wil
ervaren. Mensen in levensgevaar krijgen het Heilig Oliesel, of zoals
men tegenwoordig liever zegt: de ziekenzalving.
Hemel, hel en vagevuur
Katholieken geloven dat de ziel van de overledene na de dood voortbestaat
in het hiernamaals. Traditioneel bestaat het beeld van hemel, hel
en vagevuur. Waar de ziel na de dood terechtkomt, is afhankelijk
van de mate waarin iemand tijdens zijn leven heeft gezondigd en
daarvoor vergeving heeft gekregen. Daarom bidden de nabestaanden
voor de zielerust van de overledene.
Begrafenis
of crematie ?
De priester of pastor speelt een belangrijke rol bij de voorbereiding
van de begrafenis of crematie. Als de overledene gecremeerd wil
worden, is daar sinds de jaren zestig vanuit de katholieke kerk
geen bezwaar meer tegen. Aan de crematie zal meestal een eucharistieviering
of een woord- en gebedsdienst in de parochiekerk voorafgaan.
Door het grote priestertekort van tegenwoordig heeft lang niet iedere
geestelijke tijd om na de mis mee te gaan naar het crematorium.
De laatste plechtigheden worden dan aan de uitvaartverzorger overgelaten.
Eventueel wordt de woord- en gebedsdienst in de aula van het crematorium
gehouden, wanneer de nabestaanden daar prijs op stellen.
Een eucharistieviering wordt bij voorkeur in de kerk gehouden.
De
voorbereiding
Traditioneel is de uitvaartmis vastgelegd in de zogeheten requiemmis,
gericht op de reiniging en de rust van de ziel van de overledene.
Slechts bij de dood van jonge kinderen werd daarvan afgeweken. Dan
werd er een 'engelenmis' opgedragen waarbij werd uitgegaan van de
reinheid van de kinderziel die naar de hemel zou gaan.
Tegenwoordig zoekt de pastor vaak samen met de directe nabestaanden
teksten en liederen uit die naar voren worden gebracht bij de verschillende
religieuze bijeenkomsten die zullen volgen.
De
avondwake
De traditie om tot het tijdstip van de uitvaart bij de dode te waken
is geen gemeengoed meer. Als iemand thuis overlijdt en wordt opgebaard
gebeurt dat soms nog wel. Meestal echter wordt op de avond voor
de begrafenis in de kerk of de aula van een verpleeg- of bejaardenhuis
een avondwake gehouden. Daarbij wordt de levensloop van de overledene
gememoreerd en wordt voor hem en de nabestaanden gebeden. Ook wordt
om vergeving van schuld gevraagd en worden teksten gelezen en liederen
gezongen.
De aanwezigheid van veel vrienden en bekenden bereidt de nabestaanden
mentaal voor op de uitvaart. Na de avondwake is er soms gelegenheid
tot condoleren of het tekenen van een condoléanceregister,
maar meestal stelt men het condoleren uit tot na de uitvaartplechtigheid.
De
uitvaartmis
Op de dag van de uitvaart nemen de directe nabestaanden afscheid
van de overledene en begeleiden de kist vervolgens naar de kerk.
Daarbij worden bloemen op de kist gelegd.
Bij binnenkomst in de kerk komt de priester de stoet tegemoet en
besprenkelt de kist met wijwater. In de kerk branden kaarsen en
zingt het kerkkoor. Tijdens de gebeden worden nogmaals de goede
kwaliteiten van de overledene naar voren gehaald en wordt gebeden
voor de nabestaanden. In de pauze wordt gecollecteerd voor de kosten
van herdenkingsmissen en soms wordt daarbij een bidprentje uitgedeeld.
Dat prentje kunnen mensen als herinnering in hun kerkboek leggen,
zodat ze de overledene later in hun gebeden zullen gedenken.
De uitvaartmis wordt beeindigd met de 'absoute'; een ritueel waarbij
de priester de kist met wijwater besprenkelt en bewierookt. Daarbij
spreekt hij gebeden uit waarin om vergiffenis van de zonden wordt
gevraagd. Terwijl het koor zingt, gaan de priester en de misdienaars
als eersten de kerk uit, op weg naar het kerkhof of naar de begraafplaats;
daama volgen de aanwezigen de dragers met de kist. Buiten beginnen
de klokken te luiden, maar verder verloopt de begrafenis in grote
zwijgzaamheid.
Bij
het graf
Bij het graf gaat de priester aan het uiteinde van het graf staan
en staat een lid van de parochie met een kruis aan het hoofdeinde.
In stilte bewierookt en zegent de priester het graf. De nabestaanden
en belangstellenden staan om het graf heen terwijl de dragers de
kist laten dalen. Vervolgens bidt de priester het Onze Vader en
strooit hij een schepje aarde op de kist met de woorden 'Gij bent
stof en tot stof zult gij wederkeren. De nabestaanden en andere
aanwezigen kunnen vervolgens ook een schepje aarde op de kist strooien.
Als mensen dit te ver vinden gaan, kunnen ze dit ritueel vervangen
door het besprenkelen van de kist met wijwater of het strooien van
bloemen.
Meestal wordt familie en buren gevraagd deel te nemen aan de koffietafel,
thuis of in een daarvoor gehuurde zaal.
Op verjaardagen en op de sterfdag wordt vaak een mis opgedragen,
waarin speciaal voor de overledene en andere overleden familieleden
wordt gebeden.
De
ziekenzalving
De Amsterdamse pater Van Kilsdonk gaf dit sacrament van de stervenden
op uitdrukkelijk verzoek aan een jonge man op zijn sterfbed in het
ziekenhuis:
'Vader
en moeder, de broertjes en zusjes, enkele vriendinnetjes en vrienden
waren in de ziekenkamer. En terwijl allen geknield lagen of gezeten
waren, en soms de liturgische antwoorden lieten horen: Amen, Amen,
tekende ik eerst het rechter dan het linker ooglid van Herman met
olie: 'Door deze zalving mogen jouw ogen nog zuiverder worden om
met eenzelfde ernst en tederheid waarmee jij ieder van ons en nog
vele anderen altijd hebt aangekeken, de Eeuwige te zien'.
'Dan raak ik met olie de beide oorschelpen, eerst rechts dan links,
en zeg: 'Door deze zalving mogen jouw oren, die naar zoveel lieve
mensen hebben geluisterd, gespitst worden naar de stem van Christus
die jou roept'.
'Net zo werden heel langzaam en eerbiedig gezalfd de gesloten lippen
van zijn zeer gevoelig gezicht, de twee handpalmen van deze jonge
tennisser, de twee voetzolen. Het is verre van mij om ook maar in
de geringste mate deze rite, deze heel kwetsbare tekentaal te propageren.
Maar wel moet gezegd zijn: waar deze wordt vertrouwd, verstaan en
genoten zoals door de ouders, broers en zusjes, door vrienden van
Herman en bovenal door de jongen zelf, daar, en daar alleen, zijn
ze onvervangbare middelen van communicatie bij het vieren van een
zo smartelijk afscheid, bescheidener, warmer, lijfelijker dan elke
alleen maar gesproken taal.'
(Uit:
'Delf mijn gezicht op', p.201)
|