|
Begraven,
niet cremeren
In Nederland wonen vooral moslims van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse
en Indonesische afkomst. Na een overlijden willen veel van deze
mensen in hun vaderland worden begraven, zodat ze verzekerd zijn
van een uitvaart volgens de islamitische voorschriften.
Een begrafenis in het land van herkomst is door de vliegkosten nogal
kostbaar, maar er zijn tegenwoordig uitvaartverzekeringen met speciale
buitenlandpolissen waarmee de kosten kunnen worden gedekt. Wanneer
de directe familie in West-Europa woont, worden moslims meestal
in Nederland begraven. Inmiddels zijn er in Nederland diverse islamitische
begraafplaatsen, vaak als onderdeel van een openbare begraafplaats.
Crematie is volgens de wederopstandingsgedachte van de islam niet
toegestaan.
De Koran als voorbereiding op de dood
De Koran geeft in vele verzen de onvermijdelijke gebeurtenis van
het sterven aan. Omdat moslims dagelijks de Koran in hun gebeden
reciteren, bereiden zij zich bewust of onbewust op het sterven voor.
Het leven is eenmalig en de stervende kan door gebed met zichzelf
en met God in het reine komen en zielerust vinden in het hiernamaals.
Op het sterfbed maken moslims soms nog hun testament op en laten
ze hun schulden voldoen. Moslims die bepaalde religieuze plichten
niet hebben kunnen vervullen, bestemmen op hun sterfbed vaak een
deel van hun bezittingen als schenking aan de armen. Als iemand
sterft zonder bezittingen, draagt de gemeenschap de kosten van de
uitvaart.
Moslims beschouwen het als hun taak stervenden te verzorgen en voorzover
mogelijk op de rechterzij met het gezicht in de richting van Mekka
te leggen. Daarbij reciteren ze uit de Koran en helpen ze de stervende
bij het afleggen van een geloofsgetuigenis.
De
rituele wassing
Na het overlijden sluit een van de aanwezigen de ogen van de overledene
en bidt iedereen. Dan volgt de rituele wassing, soms thuis, maar
meestal in een uitvaartcentrum dat daarvoor een speciale ruimte
heeft. Bij de wassing is het lichaam met een lendendoek bedekt,
omdat men de geslachtsorganen niet mag zien. Mannen worden door
mannen, vrouwen door vrouwen verzorgd. Het lichaam wordt drie keer
gewassen met water waaraan geurige stoffen zijn toegevoegd. Vervolgens
wordt het lichaam in grote witte doeken zonder versiering gewikkeld
en naar de moskee overgebracht. Als een kist wordt gebruikt, is
dat er bij voorkeur een waarin de overledene op zijn rechterzij
kan worden gelegd.
Moslims beschouwen het als hun plicht bij de overledene in de moskee
aanwezig te zijn. De imam, de moslim-voorganger, bidt bij het opgebaarde
lichaam het 'Djanazah'-gebed, een smeekbede tot Allah.
De
begrafenis, liefst in het land van herkomst
Om de overgang naar het hiemamaals te bevorderen willen moslims
een overledene zo snel mogelijk en liefst zonder kist begraven.
In Nederland is het mogelijk ontheffing van de 36 uurs-termijn te
vragen als de dood door een arts is vastgesteld, maar meestal wacht
men met de begrafenis tot de termijn van 36 uur verstreken is.
Turken en Marokkanen begraven hun overledenen praktisch altijd in
het land van herkomst. De uitvaartverzorger regelt de documenten,
het vervoer naar Schiphol en de vlucht naar de plaats van bestemming.
Als een moslim in Nederland wordt begraven, brengen de mannen uit
de familie het lijk in een kist naar de islamitische begraafplaats.
Dat gebeurt meestal met een rouwauto. Volgens de traditie moeten
zoveel mogelijk mannen uit de moslimgemeenschap de baar of de kist
op weg naar het graf een stukje dragen, uit eerbetoon tegenover
de overledene.
In orthodoxe kringen zijn vrouwen niet bij de begrafenis aanwezig.
Het
gezicht richting Mekka
Bij het graf aangekomen wordt het lichaam uit de kist getild en
in een graf met bekisting gelegd, bij voorkeur met het gezicht in
de richting van Mekka. Daama gooien de nabestaanden met de hand
aarde in het graf onder het uitspreken van een gebed over de hereniging
met de aarde waaruit de dode weer zal opstaan. Daarna vullen andere
aanwezigen het graf.
Van de overblijvende aarde worden twee bulten of een heuveltje gemaakt.
Meestal worden wel stenen geplaatst om de plaats aan te duiden,
maar wordt het graf niet versierd. Bij moslims is het de gewoonte
dat er slechts een overledene in een graf komt te liggen en dat
het graf niet wordt geruimd.
De
rouwperiode
Na de begrafenis geldt een eerste rouwperiode van drie dagen, waarin
de nabestaanden worden gecondoleerd en eten krijgen van familie
en buren.
Voor weduwen geldt na die drie dagen een rouwperiode van vier maanden
en tien dagen, waarin zij geen make-up of sieraden dragen. Vaak
wordt door de familie gedurende veertig dagen elke avond voor de
overledene gebeden. Na die veertig dagen wordt de rouwtijd voor
de rest van de familie afgesloten met gebeden waarin gevraagd wordt
om de overledenen op te nemen in 'Djenna', de hemel.
Deze gelegenheid heeft een feestelijk karakter; er wordt gegeten
en de nabestaanden zijn blij omdat zij geloven dat voor de overledene
een beter bestaan is ingegaan.
Voor moslims zijn graven geen plaatsen om voor de doden te bidden
of hen iets te vragen. Het is wel de gewoonte op willekeurige graven
uit de Koran te reciteren en een smeekbede te verrichten voor de
zielerust van alle overledenen.
Smeekbede
tot Allah
'O Allah! Vergeef onze levenden en onze doden, onze aanwezigen en
onze afwezigen, onze jeugd en onze ouderen, onze mannen en onze
vrouwen.
0 Allah! Laat diegene van ons die U in leven laat, in de Islam leven
en diegene onder ons die U doet sterven, laat hem sterven in het
geloof.
0 Allah! Onthoud ons zijn beloning niet en laat ons na hem niet
in tweedracht vervallen.'
(Uit:
'Afscheid nemen van onze doden, p. 112)
|