na de uitvaart
index >
 

Na de uitvaart

De rouwverwerking begint op het moment dat bekend wordt dat er een afscheid in zicht komt. Ik spreek hier met opzet over een afscheid omdat elk afscheid in grote lijnen vergelijkbare reacties teweeg brengt. Het verhuizen naar een andere streek, een echtscheiding of een sterfgeval zijn op zo’n moment heel erg vergelijkbaar. Een ziekbed, voorafgaand aan het overlijden biedt de mogelijkheid om de eerste aanzet tot een rouwverwerking samen door te leven. Voorwaarde is dan wel dat het nakende overlijden bespreekbaar is. Bij een onverwacht sterfgeval kan de rouwverwerking pas beginnen na het overlijden.

Een uitvaartbegeleider heeft hier de taak om de eerste aanzet te geven tot een verantwoord rouwproces. In de periode na de uitvaart kunnen de dankbetuigingen worden geschreven en verzonden. Het is gebruikelijk dat de dankbetuigingen verzonden worden tussen de vierde en de zesde week na het overlijden. Maak gebruik deze periode; totdat de dankbetuigingen zijn verzonden blijft de uitvaart voor iedereen bespreekbaar. U kunt erover beginnen als u daar behoefte aan hebt. Nadat de dankbetuigingen verzonden zijn is –voor de buitenstaanders- de uitvaart afgewerkt.
Een gesprek over een verlies is erg moeilijk op gang te brengen.

De emotionele duur van het rouwproces is onbepaald. De tijdsduur van de rouwperiode is afhankelijk van de direct betrokkenen. Historisch werd voor de rouwperiode één jaar en zes weken benut. De eerste zes weken tijdens de uitvaart en de onmiddellijke nasleep hiervan. Een jaar omdat elke dag in een jaar een eigen verhaal heeft dat doorleeft moet worden. Er werd tijdens deze periode voor iedereen herkenbare applicaties op en aan de kleding gedragen. (Zwart-grijs-rouwband) Sinds kort zijn er ook “af te melden”. weer zwarte -ik rouw om jou- en witte -ik zal je nooit vergeten- polsbandjes verkrijgbaar. In dit eerste jaar wordt elke dag een keer alléén doorleefd. Na het eerste jaar zijn de scherpste kantjes van het verlies gesleten. Maar voordat een partner zijn ‘oude’ leven weer leeft, kan er wel een periode van zeven jaar zijn verstreken. Een onvolledig verwerkte rouw kan de oorzaak zijn van een uitgesteld rouwproces. Er zijn gevallen bekend van mensen die na 55 (!) jaar pas zijn gaan rouwen. Voor de omgeving totaal onbegrijpelijk, voor de betrokkene een noodzakelijk of een onvermijdelijk proces.

voor de uitvaart >
 
de uitvaart >
 
na de uitvaart >
 
-  
culturen >
 
doodgeborene >
 
-
 
 
 
 
-
 
links >
 
contact >
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Na het eerste jaar zijn –in veel gevallen- de scherpste kantjes van de pijn afgesleten. Dat wil niet zeggen dat de overledene na deze periode is vergeten maar dat het verlies een échte plaats gekregen in dagelijkse leven.

Rouwen is een heel persoonlijke belevenis, voor ieder verschillend. Rouwen wordt van binnenuit gedaan. Wat voor de een heilzaam kan is, kan door de ander helemaal anders ervaren worden.

Na de uitvaart zal voor de meesten in de omgeving van de overledene het ‘gewone’ leven weer doorgaan. Voor de direct nabestaanden is het gewone leven defintief en onomkeerbaar veranderd. Men zal gedwongen geconfronteerd worden met sociale leegten en een rouwproces.

Over de rouwverwerking zijn verschillende theorien die in veel gevallen gebruikt kunnen worden als richtlijn of als handleiding. (zie www.rouwverwerking.pagina.nl); het blijft altijd een persoonlijke beleving die niemand van u kan overnemen.
Dr. A.de Keijser stelde op een symposium in Tilburg dat men vier rouwtaken kent:
     1. Aanvaarden van de realiteit van het verlies
     2. Doorleven van de pijn en het verdriet
     3. Aanpassen aan een nieuw (sociaal) leven zonder de aanwezigheid van de overledene
     4. De overledene emotioneel een plaats geven en de draad van het leven weer oppakken De amerikaanse onderzoeker George Bonanno vindt “De overlijden”   dat rouwtherapie niet werkt en zelfs schadelijke gevolgen heeft. Negeren van pijnlijke gevoelens kan zelfs heilzaam werken.

Men moet zelf de rouw verwerken en het niet aan anderen overlaten.

Zo heeft iedereen zijn eigen manier in het verwerken van een verandering.